Bewaakster van de overgang

De overgangbewaarster spreekt

Hier spreekt mijn voormoeder Chrodoara van Amay. Een voormoeder van het Europees erfgoed. Ik ben slechts een van haar vele nakomelingen. Ze komt niet tot je vanuit een archief, maar vanuit het veld dat vrouwen dragen wanneer zij blijven staan terwijl de wereld verschuift.

Misschien is ze ook jouw voormoeder.
Misschien is ze een voorouder van cultuur en bewustzijn.
In beide gevallen is ze een deel van jou.

Ga zitten.
Voel je zitbotten.
Leg één hand op je onderbuik, één op je hart.
Adem drie keer diep in en uit.

Wanneer je klaar bent, spreekt zij.

Ik ben geboren in een tijd waarin wij wisten.
Wij wisten wanneer het tijd was om te zaaien
en wanneer om te zwijgen.
Wij wisten dat het bloed heilig was
en dat woede een wachter is, geen vijand.

Ik ben een vrouw van de overgang.
Ik stond met één voet op het groen
waar vrouwen nog raad gaven,
en met één voet op de stenen
waar men begon te tellen, te meten, te beheersen.

In mijn jeugd zat macht in de cirkel.
Vrouwen spraken, mannen luisterden,
kinderen leerden door te kijken.
Niemand vroeg wie de baas was.
We vroegen: wie draagt vandaag het midden?

Toen veranderde de wind.
Men begon bang te worden voor wat niet te controleren was.
Voor de stem die opkwam uit de buik.
Voor het nee dat niet te koop was.
Voor het vuur dat niet diende, maar wáár was.

Ze noemden ons te luid.
Te veel.
Te gevaarlijk.

En wij leerden iets nieuws:
overleven door kleiner te worden.

Luister goed, dochter van later.
Wat jij voelt, is geen persoonlijke zwakte.
Het is oud geheugen dat eindelijk ademt.
Elke keer dat jij je woede inslikt,
slikt een lijn van vrouwen met je mee.
Elke keer dat jij spreekt,
gaat er een hand van een keel.

Ik vraag je dit niet om moedig te zijn.
Ik vraag je om eerlijk te zijn.

Leiderschap, zoals ik het kende, was zorg voor het evenwicht.
Niet winnen.
Niet overheersen.
Maar voelen wanneer iets te ver ging
en dan opstaan, vóór de breuk.

Jij draagt dat nog.
In je lichaam.
In je kinderen.
In de manier waarop je niet langer lacht
om wat pijn doet.

Ik geef je dit terug:
Je levenslust.
Je heilige boosheid.
Je recht om niet meer te dragen
wat niet van jou is.

Sta op wanneer het klopt.
Zwijg wanneer stilte voedt.
Maar verraad nooit meer je innerlijke grens
om het veld rustig te houden.

Want ik zeg je:
een rustig veld boven een gebroken vrouw
is geen vrede.

Adem nu opnieuw diep in.
Buig licht je hoofd.

De Overgangsbewaakster trekt zich terug.
Maar ze is niet weg.

Ze leeft
wanneer jij je stem gebruikt
zonder jezelf te verlaten. 

Wie hier spreekt is mijn voormoeder Chrodoara

Ik werd geboren in een wereld waarin afkomst zwaarder woog dan een leven.
Mijn naam was Chrodoara, maar later zouden ze mij Oda noemen. Alsof een nieuwe naam het gewicht kon dragen van wat ik had vastgehouden.

Ik stamde uit de hoogste adel. Niet om te heersen, maar om te dragen. Mijn familie bezat land langs Maas en Rijn, rond Trier, waar de Romeinse wereld langzaam oploste in iets nieuws. Ik kende de taal van bezit, maar ook die van verlies. Want wie veel draagt, leert vroeg wat kan verdwijnen.

Ik trouwde met Bodogisel – hoveling, gezant, dienaar van de Merovingische koningen. Hij reisde namens hen de wereld in, tot aan Constantinopel. Ik bleef achter. Zoals vrouwen altijd achterblijven wanneer mannen vertrekken met de geschiedenis onder hun arm.

Toen hij niet terugkwam, was er geen lichaam om te begraven.
Geen verklaring.
Alleen het bericht: hij was gelyncht in Karthago.

Men dacht dat ik zou breken.
Maar ik kende de wetten van het leven beter dan zij.

Ik werd geen schaduw van mijn man.
Ik werd een bron.

Chrodoara leefde in een kanteltijd
Een wereld waarin vrouwelijke autoriteit nog geworteld was in land, bloedlijn en ritueel, maar langzaam werd hervertaald naar een christelijk kader.

Wat verloren ging in die vertaling, was niet haar status, maar haar oorsprong.

Voor de heiligverklaring was zij een matrona:
een vrouw die het midden bewaakte.
Zij droeg zorg voor mensen, bezit, recht en ritme.
Haar macht was relationeel, niet hiërarchisch.

De latere cultus maakte haar heilig.
Stil.
Beweegloos in steen.

Maar in het lichaam van vrouwen leeft zij anders voort.

De onderdrukking van vrouwelijke boosheid markeert precies deze overgang:

  • Van natuurorde naar beheersingsorde.
  • Van voelen naar reguleren.
  • Van grens naar gehoorzaamheid.

Er zijn vrouwen in de geschiedenis die niet regeren, maar bewaken
Niet zichtbaar aan de top, maar voelbaar in het midden.

Zij leefden vaak in overgangstijden.
Tijden waarin het vrouwelijke nog werd geëerd, maar langzaam werd ingekaderd, gereguleerd en uiteindelijk gemarginaliseerd.

Wat zij droegen, was geen kroon, maar een verantwoordelijkheid:
het bewaren van balans tussen leven en verlies, tussen kracht en zorg, tussen stem en stilte.